30-03-2012, categorie: Transplantatie

Na niertransplantatie: Hoe gaan we CMV te lijf?

Ineke ten Berge

Ineke den Berge, afdeling Inwendige Geneeskunde AMC en voorzitter van de Wetenschappelijke Raad van de Nierstichting.

Driekwart van de volwassenen heeft ooit een infectie met Cytomegalovirus (CMV) doorgemaakt. Het resterende kwart  heeft bij een niertransplantatie grote kans op een eerste infectie met het virus. En die komt hard aan. “Doordat we bij een transplantatie medicatie geven die het afweersysteem onderdrukt, zijn patiënten gevoelig voor deze infectie”, vertelt prof.dr. Ineke ten Berge van de afdeling Inwendige Geneeskunde van het AMC en voorzitter van de Wetenschappelijke Raad van de Nierstichting. “Het virus is zelden dodelijk, maar de ziekteverschijnselen zijn hevig. Dat geldt ook, maar in mindere mate, voor patiënten die een reïnfectie oplopen.”

Indirecte effecten
Naast hevige ziekteverschijnselen is er ook kans op indirecte effecten. “CMV tast de afweer aan; patiënten raken verder immuungecompromitteerd ”, zegt Ten Berge.”Met name ziekteverwekkers die gedijen bij een verminderde afweer, zoals schimmelinfecties of TBC, krijgen daardoor een kans.” Een tweede indirect effect is dat het immuunsysteem sneller veroudert. Witte bloedcellen krijgen kortere telomeerlengtes, wat samenhangt met verhoogde kans op cardiovasculaire ziekte. “Ook kan het transplantaat schade ondervinden van een CMV-infectie”, vervolgt Ten Berge. “De infectie genereert witte bloedcellen die specifiek gericht zijn tegen CMV, maar die ook kunnen kruisreageren met lichaamsvreemde stoffen op de getransplanteerde nier. Via een virale infectie kun je zo cellen aanmaken die schadelijk zijn voor het transplantaat.” Een consortium van verschillende universitaire medische centra in Nederland doet hier momenteel onderzoek naar, gesubsidieerd door de Nierstichting.

BK-virus
Transplantatiepatiënten die nog geen eerste CMV-infectie hebben gehad en een nier krijgen van een patiënt die zo'n infectie wél heeft doorgemaakt, krijgen gedurende een half jaar antivirale profylaxe. Patiënten met kans op reïnfectie of reactivatie van een eerdere CMV-infectie, kunnen een preventieve behandeling krijgen. “Helaas kan na behandeling alsnog een infectie optreden”, aldus Ten Berge. “Bovendien is CMV een slim virus, dat resistentie ontwikkelt tegen de behandeling.” Daarom passen artsen ook een andere optie toe: het verminderen van de afweeronderdrukkende middelen om het lichaam de kans te geven zélf de infectie aan te pakken. Dat zou mogelijk ook het nog agressievere BK-virus (BKV) kunnen bestrijden, dat zeer bedreigend is voor het transplantaat en waar nog geen behandeling voor is. “Deze optie is risicovol: we geven de afweeronderdrukkers immers om te voorkomen dat het transplantaat door het lichaam wordt afgestoten. We moeten dus heel goed weten wat we doen. Daarom doen we nu onderzoek naar hoe lymfocyten het virus onder controle proberen te krijgen”, besluit Ten Berge. “Het middel mag niet erger zijn dan de kwaal.”

Webdesign © 2012 Strik Design