Thema IBD - “Tweerichtingsverkeer tussen lab en kliniek belangrijk”

Dr. Gerd Bouma, Maag-darm-leverarts VU Medisch Centrum, Amsterdam

Gerd Bouma

Maag-darm-leverarts dr. Gerd Bouma van het VUmc maakt zich sterk voor tweerichtingsverkeer tussen lab en kliniek: “De vertaling van klinische kennis naar fundamentele biologische processen en van daaruit weer terug naar klinische toepassingen is belangrijk.”

Het VUmc heeft verschillende immunologische en genetische onderzoekslijnen voor IBD. Het participeert onder andere met een cohort van tweeduizend patiënten in de genoombrede internationale GWAS-studie die de genetische risicofactoren in kaart wil brengen. “De VU-onderzoekers bekijken met name hoe gevonden genetische risicofactoren invloed uitoefenen op de functie van het gen. Zowel de normale functie van het gen als het polymorfisme, de genetische variatie bij de ziekte, wordt onderzocht om beter te begrijpen hoe de ziekte werkt.”

Interleukine (IL) 23
Eén van Bouma's specialisaties is het verband tussen de genetische variatie in de receptor interleukine 23 en IBD: “Wat is de consequentie van die genetische associatie? Hoe verandert deze de genwerking? Het heeft te maken met het wel of niet aangrijpen van bepaalde micro-RNA's met een stabiliserende werking. Dit verandert de genexpressie van de receptor. Verhoogde expressie veroorzaakt overreactie en die leidt tot ontsteking.”
Helaas is dit slechts één van de factoren in de 'inflammatoire cascade', de opeenvolging van gebeurtenissen die leidt tot ontsteking, zegt Bouma. “De ene immuuncel beïnvloedt de volgende. Die beïnvloeding gebeurt bij verschillende individuen mogelijk verschillend, wat waarschijnlijk leidt tot verschillende uitingsvormen van de ziekte.”

Wormen
Het feit dat IBD een inflammatoire aandoening is, maakt begrijpelijk waarom algemene immuun-onderdrukkers zoals prednison 'paardenmiddelen' zijn met veel bijwerkingen. Gelukkig leidt toenemende kennis tot meer specifieke middelen voor regeling van het immuunsysteem. “Een doorbraak was het geneesmiddel Anti-TNF. Vooral mensen met ernstige verschijnselen, die met de conventionele immuuntherapie niet uitkwamen, reageren hier goed op”, vertelt Bouma.
De kennis en het aantal specifieke benaderingen groeien. Eén onconventionele benadering die het  VUmc onderzoekt komt voort uit de 'hygiëne hypothese', gebaseerd op de kennis dat (eitjes van) wormen een licht immuun-onderdrukkend effect hebben. Bouma legt uit: “Dankzij toegenomen hygiëne komen worminfecties veel minder voor dan vroeger, maar IBD juist vaker. Onderzoekster Irma van Die en haar team identificeren bij ons de suikerstructuren op deze wormen, die het onderdrukkende effect mogelijk veroorzaken. Isolatie en karakterisering van deze glycanen kan de basis vormen voor nieuwe therapie.”

Sleutel
Er komen meer klinische benaderingen, maar meer losse benaderingen kunnen het grote overzicht voor de kliniek gaan vertroebelen. Bouma: “Klinici weten wanneer ze Anti-TNF moeten voorschrijven, maar kennen ze ook het mechanisme? Ik ben blij met de grote belangstelling van de VU-immunologen voor het mucosaal immuunsysteem. Ik sla graag een brug van hun kennis naar de kliniek.”
Die nieuwe kennis blijft gelukkig komen, aldus Bouma: “Maar omdat we de basissamenhang nog niet kennen, kunnen we de kern van het probleem nog altijd niet aanpakken. Ontstekingsremming is nog steeds belangrijk, maar hoe beter we de achterliggende mechanismen kennen, des te specifieker kan (gen)therapie uiteindelijk worden. Onderzoekers vinden genetische relaties die mogelijk de sleutel vormen. Er komen monoklonale antistoffen op de markt voor gepersonaliseerde medicatie. We kunnen al profielen doormeten om de reactie van een patiënt op een medicijn te voorspellen. Ik heb goede hoop dat het inzicht explosief zal toenemen en dat we de basissamenhang uiteindelijk achterhalen.”

Webdesign © 2012 Strik Design