Immunologie in de kliniek: Betere diagnostiek en beloften voor behandeling

Prof.dr. Carla Bruijnzeel & Dr. Edward Knol

nvviokt10bruijnzeelknolkleiner.jpg

Dankzij de immunologie is de diagnostiek van allergieën sterk verbeterd. Dit zeggen prof.dr. Carla Bruijnzeel en dr. Edward Knol van de Afdeling Dermatologie/Allergologie van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Wat een patiënt precies heeft en in welke mate, kan tegenwoordig veel nauwkeuriger worden vastgesteld dan vijftien jaar geleden. Deze kennis verhoogt de kwaliteit van leven en bespaart kosten. Voor de toekomst heeft de immunologie nog meer in petto.

Pinda-allergie betekent meer dan het laten staan van nootjes op een feestje. Bruijnzeel: “Veel voedingsmiddelen bevatten pinda-extract voor de smaak. Een groot aantal andere voedingsmiddelen komt uit fabrieken waar ook pinda's worden verwerkt, zodat er wat pinda in kan zitten. Wie pinda-allergie heeft, moet daarom een streng dieet volgen.”

Diagnostiek: wat is er bereikt?
Veel mensen hebben zo'n dieet moeten volgen terwijl ze de allergie niet hadden, vertelt Knol: “Vroeger testten zes tot zeven op de tien mensen vals positief. Immunologisch inzicht in hoe voedselallergenen zijn opgebouwd heeft de laatste vijftien jaar grote verfijning van de laboratoriumtesten gebracht. Vroeger dachten we dat de eiwitten in pinda bonden aan de antistof type E en dat dit allergische reacties veroorzaakte. Inmiddels onderscheiden we zowel voor pinda's als voor hazelnoten zo'n tien verschillende allergene eiwitten. Die kunnen we nu biochemisch en immunologisch karakteriseren.”
Bruijnzeel: “De diagnostiek is daardoor veel specifieker geworden, bijna zonder vals positieven.” En ook voor de daadwerkelijk positieven was er goed nieuws. Knol: “De immunologie spoort stukjes 'vreemde' allergenen op in voedingsmiddelen, zoals melkeiwit in zalm. Zo'n product kan nu gelabeld worden als waarschuwing voor mensen met koemelkallergie. Ook voor bijvoorbeeld chocoladehagel is dat gebeurd. Aan koekjes wordt gewerkt.”

Diagnostiek: de belofte
Op dit moment is het nog wel lastig om in het laboratorium te bepalen hoe ernstig een voedselallergie is. Knol: “Het scheelt nogal of het om een tinteling in de mond gaat of om een mogelijk dodelijke anafylactische shockreactie.” Bruijnzeel: “Daarom moeten we erg voorzichtig zijn; mensen opnemen in het ziekenhuis, ze blootstellen aan de stof en kijken of we moeten ingrijpen is belastend en kostbaar.”
Naar verwachting kan de ernst van een allergie binnen een decennium wél gemakkelijk en relatief goedkoop in het laboratorium worden vastgesteld. Knol: “We weten dat de sleutel ligt in de balans tussen de antistoffen type E en type G. Allergeenspecifieke antistoffen type G kunnen de binding van antistoffen type E aan allergenen gedeeltelijk blokkeren, en zo de allergische respons waarschijnlijk verminderen. Zodra we begrijpen hoe dit mechanisme werkt, kunnen we de ernst van de allergie voorspellen.”

Immunotherapie
De diagnostiek is sterk verbeterd, maar hoe zit het met de behandeling? Al voor er inzicht in de werking van het immuunsysteem was, wist men dat het inspuiten van een extract 'uit de stofzuigerzak' hielp tegen stofmijtallergie. Sindsdien is het regulatiemechanisme van het immuunsysteem beter ontrafeld. “Bij gras- en boompollen kunnen we door actief ingrijpen de immuunrespons verbeteren. Het bereiken van zo'n stabiele tolerantie-situatie is bij voedingsmiddelenallergie razend moeilijk. Op termijn komt die therapie er wel. De mogelijkheden daarvoor zitten besloten in de immunologie”, stelt Bruijnzeel vast.

Zie ook: www.ucfa.nl

Webdesign © 2012 Strik Design