De jacht op de stamcel

Prof.dr. D.W. van Bekkum

Prof.dr. D.W. van Bekkum

“De immunologie is niet meer weg te denken uit de geneeskunde, het belang ervan is immens”, vertelt prof. dr. D.W. van Bekkum. Van Bekkum (1925) kan het weten: al sinds de jaren '50 heeft hij als medicus-radiobioloog te maken met het afweersysteem.

Dick Willem van Bekkum promoveerde in 1952 op het enzym D-aminozuuroxidase, nadat hij in Oxford gewerkt had aan de effecten van aminozuuropname op de genezing van brandwonden. Daarna focuste hij bij het toenmalig Medisch Biologisch Laboratorium van de Rijksverdedigingsorganisatie TNO op stralingsziekte: mensen overleden wanneer ze aan een te hoge dosis straling werden blootgesteld. Iets, wat de atoombom niet al te lang daarvoor had laten zien. “Hun afweersysteem was door de straling volledig uitgeschakeld. Door beenmergtransplantaties kon het lichaam weer witte bloedcellen produceren. Maar hoe werkte dat precies?” In 1956 publiceerde Van Bekkum, tegelijk met een Britse en een Amerikaanse groep, een artikel waarin hij aantoonde dat ingespoten cellen uit beenmerg van een donor de stralingsziekte bij muizen konden genezen. De cellen kwamen via het bloed in het beenmerg van de ontvanger terecht. Daar vermenigvuldigden ze zich. Zo vervingen ze het beenmerg en het daaruit afkomstige immuunsysteem, dat door de bestraling was vernietigd. De cellen heten stamcellen.

Hausse
Van Bekkum: “De jacht op de stamcel was daarmee geopend.” Er kwam een aantal ontwikkelingen op gang. Zo bleek dat bij patiënten met leukemie de kankercellen konden worden gedood met bestraling, waarna een  beenmergtransplantatie zorgde voor herstel. Ook bleek transplantatie van gezond donorbeenmerg bij patiënten met een gestoorde immunologische afweer er toe te kunnen leiden dat deze patiënten alsnog een normale afweer opbouwen. Van Bekkum leverde een belangrijke bijdrage aan het onderzoek, vanuit het door hem opgerichte en geleide Radiobiologisch Instituut.
“In het instituut werden kiemvrije en specifiek pathogeenvrije proefdieren ontwikkeld, evenals bacteriologische decontaminatie- en laminar flow apparatuur voor de isolatie van getransplanteerde patiënten”, vertelt hij. Deze methoden worden tot op de dag van vandaag toegepast in de kliniek. Ook is een grote apenkolonie ingericht.

Genetische modificatie
Steeds meer ziekten bleken genezen te kunnen worden met beenmergtransplantatie: hematologische maligniteiten, maar ook stoornissen van de rode bloedcellen, de granulocyten en van de immunologische afweer. Ook bij zeldzame erfelijke stofwisselingsziekten en zelfs autoimmuunziekten kan beenmergtransplantatie uitkomst bieden. “Daarvoor is dan wel een gezonde donor nodig van een bijpassend weefseltype. Ook blijft het risico op ernstige complicaties als afstoting en graft versus host ziekte”, zegt Van Bekkum. “Toen in de tachtiger jaren gentherapie binnen bereik kwam, lag het dan ook voor de hand om geen donorstamcellen te transplanteren, maar de stamcellen van de patiënt zelf genetisch te corrigeren.” In 1992 was zijn onderzoeksteam klaar om de kliniek in te gaan met genetisch gemodificeerde stamcellen. Maar het team kwam 100.000 gulden tekort voor de studies. “Geen enkele instantie kwam over de brug, dus toen hebben we zelf maar een bedrijf opgericht: Introgene, de voorloper van Crucell.” Hier werkte Van Bekkum tot vijf jaar geleden. Maar het vuur is nog lang niet gedoofd, getuige recent onderzoek aan stamcellen en de oprichting van Cinderella Therapeutics voor de ontwikkeling van stiefkindgeneesmiddelen.



Webdesign © 2012 Strik Design