20-07-2015

Op naar een affectievere farmaceutische pijplijn. Paul-Peter Tak wil de kloof overbruggen

Paul Peter Tak

tak_img_7551.jpg

Het effect van anti-TNF behandeling zette prof. dr. Paul-Peter Tak op het spoor van de immunologie. “Het effect was zo sterk, dat dubbel blinde trials in de praktijk nauwelijks dubbel blind konden blijven.” Het AMC gaf hem de gelegenheid om vanuit het niets een afdeling Klinische  Immunologie & Reumatologie op te zetten.

Na twaalf jaar was deze afdeling uitgegroeid tot 120 medewerkers. Op dat moment vroeg GSK hem om hoofd Global ImmunoInflammation Research and Development te worden. Inmiddels heeft dit team belimumab tegen SLE als eerste geneesmiddel op de markt en een goedgevulde pijplijn erachter. Tak koos voor deze positie om een zo groot mogelijke impact op het leven van patiënten te hebben. Hij legt zijn onderzoeksfocus uit aan de hand van een ziekte-verstijgende benadering en het samenwerkingsmodel van GSK: “We gaan doen waar de wetenschap en de onbeantwoorde behoefte van patiënten ons leiden.” Hij streeft ernaar de bestaande misverstanden tussen academia en de farmaceutische industrie op te lossen door de wederzijdse samenwerking te bevorderen. “Deze benadering heeft als een klinische trial met een BET-inhibitor opgeleverd, die ingrijpt in epigenetische pathways, in patiënten met NUT midline carcinoma patients. Dat is een zeldzaam kankertype met een gemiddelde levensverwachting van maar zes tot negen maanden na diagnose, waarvoor to nu toe geen effectieve behandeling bestond. Enekele toekomstige behandelopties betreffen leukemie en misschien zelfs behandeling en genezing van HIV. Een combinatie van over een brede linie neutraliserende antilichamen of retrovirale therapie met een medicijnenconcktail die ook de BET-inhibitor bevat, zou de nodige 'shock and kill’ benadering kunnen bieden om het virus beslissend te verslaan. Dat is aangetoond in gehumaniseerde muizen met HIV en daarover hebben we onlangs in Cell gepubliceerd.”

Volgens Tak zou de beste manier om nieuwe medicijnen te ontwikkelingen weleesn kunnen zijn om eerst te focussen op de onderliggende mechanismen, om vervolgens de meeste geschikte ziekte te zoeken voor behandeling, dan de omgekeerde weg die nu meestal wordt bewandeld. “Zowel de farmaceutische industrie als clinici staan nog maar aan het begin van een van een ommezwaai in deze richting. Soms moet ik flink doordrukken om deze benadering geaccepteerd te krijgen”, zegt Tak. “Maar de voorbeelden zijn er. TNF-blockers werden ontwikkeld voor de behandeling van sepsis – waar ze niet tegen werkten – maar ze bleken uiterst succesvol in andere immuun-gemedieerde ontstekingsziekten. Ik pleit voor een fundamenteel andere aanpak dan de conventionele lineaire medicijnontwikkeling: een sterke focus op immunologische mechanismen.  Daarbij vervolgens de juiste ziekten vinden om te behandelen, gebaseerd op solide biologische experimenten met nadruk op humane biologie, zorgvuldige klinische observaties en experimentele geneesmiddelenstudies om vertrouwen in het behandelingsdoel op te bouwen bij specifieke ziekten voordat traditionele klinische trials aan de orde komen.  Deze resulteren in een  cyclus van in vitro en ex vivo onderzoek, mechanistische klinische trials en weer terug naar het lab om nieuwe wetenschappelijke vragen te beantwoorden. Deze cyclus kan het vertrouwen versterken dat een bepaalde target relevant is tegen een bepaalde ziekte en helpt het inzicht in de onderliggende mechanismen te vergroten.” 

Webdesign © 2012 Strik Design