30-03-2012, categorieën: Immunologie voor beginners, Transplantatie

Transplantatie en de herkenning van 'zelf' en 'niet-zelf'

Ronald Bontrop, BPRC

bontrop_img_1011_kl.jpg

De herkenning van 'lichaamseigen' en 'niet-lichaamseigen' moleculen is erg belangrijk voor de bescherming tegen ziekten. Normaal gesproken is het goed dat het immuunsysteem niet- lichaamseigen structuren herkent en opruimt. Denk bijvoorbeeld aan structuren die aanwezig zijn aan de buitenkant van virussen en bacteriën.

De complexe familie van Major HistoCompatibility (MHC) antigenen is direct betrokken bij de herkenning van 'zelf' en 'niet-zelf'. Ze reguleert bijvoorbeeld de aanmaak van antistoffen en het elimineren van geïnfecteerde cellen.

Dit immunologisch herkenningssysteem wordt gekenmerkt door een uitgebreid polymorfisme. Dat betekent dat de MHC-moleculen bij alle mensen verschillen, waardoor iedereen weer net iets anders reageert op ziekteverwekkers. Welk type MHC-moleculen een mens heeft, hangt af van de moeder en de vader.

Het polymorfisme heeft grote voordelen; het zorgt ervoor dat het bijna niet mogelijk is dat een pandemie de complete mensheid zal uitroeien. Vaak is een klein percentage van een populatie wél gevoelig voor de infectie maar resistent tegen een andere ziekte.

Juist dit mechanisme maakt transplantatie echter moeilijker, want bij transplantatie gaat het om de introductie van lichaamsvreemde organen. De mate van afwijking van het polymorfisme tussen donor en ontvanger is van groot belang, evenals de rol van immuun-onderdrukkende medicijnen. Hoe beter het polymorfisme van MHC-antigenen tussen donor en ontvanger aansluit, des te minder de afweerreactie na transplantatie. In de mens worden die MHC-moleculen Humane Leukocyten Antigenen (HLA) genoemd.

Voor de herkenning van 'zelf' en 'niet-zelf' zijn moleculen van het Major-Histocompatibiliteits-complex (MHC) belangrijk. Vader en moeder geven ieder de helft van hun variatie aan MHC door aan de kinderen. Hoe meer van deze moleculen overeenkomen tussen donor en patiënt, des te beter worden een orgaan of cellen geaccepteerd.


Voor de herkenning van zelf en niet-zelf zijn moleculen van het Major-Histocompatibiliteits-complex (MHC) belangrijk. Vader en moeder geven ieder de helft van hun variatie aan MHC door aan de kinderen. Hoe meer van deze moleculen overeenkomen tussen donor en patiënt, des te beter wordt een orgaan of cellen geaccepteerd
.
Webdesign © 2012 Strik Design